Bericht

Enschede: Fabrikantenvilla Welna

 

 In de natuurrijke omgeving van Enschede bouwden vele textielfabrikanten vanaf 1900 hun buitenhuis. De monumentale villa's, vaak gelegen in een ruim park van hele hectaren, vormden een schrille tegenstelling met de in textielfabrieken in het centrum van Enschede met hun lawaaimakende machines en rook uitbrakende schoorstenen. Een van de nog bewaard gebleven fabrikantenvilla's is de villa Welna, gelegen aan de Oldenzaalsestraat. Dit buitenverblijf werd in de 19e eeuw gesticht door de textielfamilie Blijdenstein. Eind 19e eeuw werd het verkocht aan een andere textielfamilie, de familie ter Kuile. Benjamin Willem ter Kuile liet op het terrein in 1906 een nieuw landhuis bouwen naar ontwerp van de architect Karel Muller. Deze architect bouwde vele landhuizen voor de Twentse textielfamilies. Het landhuis Welna werd opgetrokken in een bouwstijl verwant aan de Engelse cottagestijl. Het park rondom werd in de Engelse landschapsstijl ingericht met slingerende paden en vijvers. In 1916 werd de villa uitgebreid met een kantoorvleugel. De gevels zijn deels witgepleisterd, met een uitgebouwd houten balkon en vensters voorzien van klassieke luiken. Boven de boogvormige entree is een gevelsteen met het opschrift ''Welna''  aangebracht. Door de teloorgang van de Enschedese textielindustrie in de jaren zestig droogden de financiële bronnen op voor de familie ter Kuile en werden in 1963 hun fabrieken verkocht aan de gemeente Enschede. In 1966 wordt de villa  met het omringende landgoed verkocht aan een exploitatiemaatschappij. Eind 20e eeuw verdween een groot deel van het park door verkoop aan derden. Sinds 2009 staat het landhuis leeg en is het verval al aardig toegeslagen. Het pandhuis is de laatste jaren dat het werd bewoond, niet of nauwelijks onderhouden door de toenmalige huurder. Ook het park is in verwaarloosde staat. De eigenaar van de villa, Trebbe Projecten heeft plannen om het pand, een rijksmonument op te knappen. Volgens de gemeente Enschede wordt door de eigenaar gewerkt aan een onderhoudsplan voor het landhuis, waarvan de uitvoering echter afhankelijk is van subsidietoekenning door de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed. In de visie van de gemeente zou het landgoed na een opknapbeurt opengesteld moeten worden als wandelgebied.  

 

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to StumbleuponSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn