Bericht

Tentoonstelling ''stations in Hengelo''

  
alt
 
Hengelo: stationsgebouw ca. 1905.
 
 
Tentoonstelling: “Een station moet een station zijn”
Vanaf 30 mei tot 30 november 2011 is in het Historisch Museum Hengelo een tentoonstelling te bezichtigen over de verschillende stations die in Hengelo hebben gestaan. Aanleiding voor de tentoonstelling is de feestelijke heropening van het vernieuwde station.

De locomotieven komen onder stoom
In  Nederland reed de eerste trein op 20 september 1839 tussen Amsterdam en  Haarlem. Locomotief "De Arend" reed met negen rijtuigen de afstand van  16 km in een half uurtje. Hengelo zou pas in 1865 de eerste trein te  zien krijgen en zo een snelle verbinding met het westen en met Duitsland  krijgen. Voor Hengelo was dat jaar het begin van een snelle groei.  Het knooppunt van spoorwegen werd aantrekkelijk voor talrijke bedrijven  om zich hier te vestigen. Tot op de dag van vandaag is aan de ligging  van de gebouwen van Stork en de Katoenspinnerij te zien hoe Hengelo is  gegroeid. De spoorlijn en het station waren tientallen jaren de  scheiding tussen wonen en werken.


Almelo-Salzbergen en Zutphen-Enschede
In 1862 werd in Almelo de Spoorwegmaatschappij Almelo-Salzbergen opgericht. Deze maatschappij had het doel om Twente met Duitsland te verbinden. Vooral gebieden waar steenkool voorkwam, waren aantrekkelijk voor de Twentse fabrikanten. Op 18 oktober 1865 werd de lijn van Almelo naar Salzbergen geopend en een maand later kwam lijn D vanuit Zutphen naar Hengelo gereed.
Het eerste stationsgebouw in Hengelo was een noodgebouw. In 1866 kwam een nieuw station gereed. Bij het Staatspoor (SS) deelde men de stations in klassen in en Hengelo kreeg een station SS type 3e klasse. Dit gebouw deed dienst tot 1898, toen het door een tijdelijk station werd vervangen.

Een verouderd station

Hengelo groeide snel aan het einde van de negentiende eeuw en ook de bedrijvigheid nam toe. Omdat de spoorbomen wel erg vaak gesloten waren, werd er een loopbrug over het spoor gebouwd, maar voor het rijdende verkeer was dit geen oplossing.
In 1899 werd dan eindelijk de machtiging door Den Haag gegeven om een nieuw station te bouwen. De kosten voor het gebouw en de ophoging van bet emplacement en alle kunstwerken zoals tunnels werden toen op f 2.300.000, - geraamd. Het stationsgebouw werd door Ir. G.W. van Heukelom (1870-1952) gebouwd. In 1900 werd tevens de stationsoverkapping gebouwd. Deze overkapping, die enkele jaren geleden geheel is gerestaureerd, kunnen we nog steeds bewonderen en is een mooi voorbeeld van een constructie uit gietijzer.

Het derde station
Het station, dat ongeveer ter hoogte van de Beursstraat stond, werd in oktober 1944 bij het verwoestende bombardement op Hengelo zwaar beschadigd. De bovenverdieping was grotendeels vernield en de herbouw zou zeker veel geld hebben gekost. De Nederlandse Spoorwegen namen het besluit om het te slopen en door een nieuw gebouw te vervangen. Dit gebouw werd een stuk westelijker gebouwd en straalde helemaal de smaak van de jaren vijftig uit. In 1951 kwam het nieuwe station gereed. Voor het gebouw tekende H.G.J. Schelling (1888-1978). Gelijksoortige stations van zijn hand zijn ook te vinden in Enschede, Zutphen, Leiden en Arnhem. De gebouwen werden allen uitgevoerd in een constructie van gewapend beton, opgevuld met verschillende soorten van prefab betonnen elementen.

De tentoonstelling loopt van eind mei tot en met november 2011.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to StumbleuponSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn