Bericht

tentoonstelling smalspoor in Nederlands-Indië

Wassenaar - Prof.dr. Bambang Hari Wibisono, Cultural and Educational Attaché, van de Indonesische ambassade heeft zaterdag 5 juli jl. een fototentoonstelling geopend in het smalspoormuseum bij Stoomtrein Valkenburgse Meer. Deze tentoonstelling met unieke historische opnamen is samengesteld door Gerard de Graaf, vrijwilliger bij het museum en expert op het gebied van Indonesisch smalspoor. Bij de opening van deze tentoonstelling waren nog enkele inmiddels hoogbejaarde medewerkers aanwezig die destijds werkzaam waren in het smalspoor op een van de Indonesische eilanden.

Korte geschiedenis van smalspoor de mijnbouw
Vanaf 1849 werd er gebruik gemaakt van smalspoor als transportmiddel voor industriële doeleinden in het toen nog nauwelijks ontwikkelde Borneo. In dat jaar opende gouverneur-generaal Rochussen de kolenmijn Oranje Nassau bij de kampong Pengaron. Het smalspoor werd gebruikt om de kolen van de mijn naar de rivier Riam Kiwa te brengen over een afstand van circa 800 meter. Na deze mijn volgden nog vele kolen- en goudmijnen op vooral Borneo, Sumatra en de noordkust van Celebes die onder en boven de grond smalspoor gingen gebruiken. Ook mag de tinwinning op Banka, Biliton en Sinkep niet onvermeld blijven als vorm van mijnbouw. Bij al die mijnen werd aanvankelijk mankracht ingezet om de wagens voort te duwen. Soms waren dat inheemse koelies, vaak Javaans en Chinese. Het was de Tjenako Steenkolen Maatschappij, nabij Rengat, die de eerste stoomlocomotief introduceerde. Later volgende elektrische en persluchtlocomotieven. In de aardoliewinning, ook een vorm van mijnbouw op Java, Sumatra en Borneo werd ook veelvuldig van smalspoor gebruik gemaakt.

Suikerriet, takaksteelt, bosbouw, rubberteelt en oliepalm
Na 1870 werd het interessant om suikerriet te gaan winnen. Dat gebeurde vooral op Java. Er ontstonden rond de fabrieken uitgebreide smalspoornetten waarop kleine stoomlocomotieven de lorries met suikerriet trokken. De brandstof was vrijwel gratis, want men stookte de locomotieven op ampas, het afval uit de rietproductie. Voor de stokers was dit geen fijne brandstof, een dag werk op de locomotief betekende vele kleine brandwonden op de armen. De landbouw verplaatste zich spoedig ook naar Noord-Sumatra, dat erg geschikt bleek voor het planten van oliepalmen, tabaksplanten en rubberbomen.

Nederlandse locomotieven weer terug naar Nederland
De in Indonesië gebruikte locomotieven, rails en wagen kwamen voornamelijk uit Duitsland. Nederland kende maar één fabriek van enige omvang die smalspoor stoomlocomotieven en wagens aan Indië leverde: du Croo & Brauns, gevestigd in Amsterdam en Weesp. Vrijwel alle locomotieven van deze fabriek zijn aan Indonesië geleverd. In Nederland bevindt zich er geen een. Deze locomotieven zijn inmiddels allemaal buiten gebruik gesteld. Het is de hoop van het smalspoormuseum er enkele te kunnen verwerven en rijvaardig ter herstellen.

Submit to FacebookSubmit to Google PlusSubmit to StumbleuponSubmit to TwitterSubmit to LinkedIn